| Over
eigen werk Na
aanvankelijk heel dun met porselein te hebben gewerkt, ontstond er de
behoefte aan een fysieker proces, ik wilde de vorm meer “in de hand”
hebben en stapte over op chamotte klei.
Uit mijn passie voor, en de ervaring met, koken kwam een seriematig onderzoek
naar kookpotten voort. Het moest aan de buitenkant van de pot zichtbaar
zijn wat er binnenin gebeurde.
Ik wil met klei
de alchemie van smaken verbeelden en tastbaar maken.
Vuur is bij
koken, evenals bij het bakken van klei, het alles- verbindende element,
het zorgt ervoor dat er iets compleet nieuws ontstaat als de vlammen zijn
gedoofd. Een beeld is in harmonie als alle “ingrediënten”;
maat, ritme, structuur, textuur en kleur in elkaar grijpen, zoals in een
gerecht de smaken; zoet, zuur, zout en bitter . Ik benader mijn kunstenaarschap
en het koken op dezelfde manier. Het beeldend werk voedt het koken en
andersom.
Ik wil met klei
het vluchtige vasthouden.
Ik verwerkte
de ingrediënten van recepten uit mijn kookboek “Sfeerproeverij”
in de wanden van de potten, en liet zo bollen,bonen en zaden in de natte
klei ontkiemen. Na het afsterven van de kiemen en het bakken van de pot,
liet dit groeiproces zijn sporen na. Het proces is voor mij dan ook belangrijker
dan het eindproduct.
De “kookpotten”
kwamen los van het koken en werden zelfstandige vormen met wanden als
“huiden en vachten”.
Als steun bij het opbouwen van de vormen gebruik ik mallen van gips. Daarin
ontstaan wanden,“ huiden en vachten”, die worden gevormd door
het herhalen van een basis- element. Er groeit zo een textuur die de toeschouwer
kan “proeven” met zijn ogen. Ondanks het gebruik van mallen
blijven het unieke stukken.
In mijn werk
komt kleur van binnenuit, of ontstaat door het bakproces,maar is niet
iets wat later wordt opgelegd. Materiaal bepaalt de kleur, al dan niet
door middel van het toevoegen van pigmenten aan de ongebakken klei. Ik
gebruik alleen transparant glazuur, om het licht te vangen.
Wat me tijdens
mijn reizen door Afrika telkens weer het meeste raakt en inspireert, is
dat het leven daar zo verweven is met het materiaal (zoals stro en aarde)
en de kringloop van de natuur en haar grondstoffen. Zo is bijvoorbeeld
de vorm van een kalebas,die in Ethiopië gebruikt wordt als lepel,
voor mij de aanleiding geweest voor de vormgeving van een keramische lepel.
Wellicht zullen de geitenhuiden, gevuld met water, weer leiden tot nieuwe
vormen.
|